Glory of the Guard: Creativiteit binnen de lijntjes
De Regimentsfanfare ‘Garde Grenadiers en Jagers’ vroeg mij om een openingswerk te schrijven op basis van de bekende Grenadiersmars. De uitdaging voor Glory of the Guard was duidelijk: pak de meest herkenbare elementen en maak daar iets moderns en origineels van. Geen letterlijke kopie, maar een eigen verhaal.
De analyse: Slopen om op te bouwen
Ik ben begonnen bij de kern door de mars te ontleden. Het eerste thema sprak me het meeste aan. Door hiermee melodisch te variëren, ontstonden er drie clusters van noten. In de praktijk kon ik hiermee gaan puzzelen; door de volgorde van die clusters steeds te veranderen, bouwde ik de spanning in het stuk heel gericht op. Het tweede thema van de mars heb ik gestript en puur gebruikt voor de begeleidingselementen.
De bezetting: Een uniek klankidioom
Wat dit project extra interessant maakte, was de specifieke bezetting van het orkest. De Regimentsfanfare ‘Garde Grenadiers en Jagers’ heeft een uniek karakter. Het lijkt qua fundament bijna op een brassband, maar dan met een scherper randje: trompetten in plaats van cornetten en Franse hoorns in plaats van althoorns. Dat dwingt je om anders naar kleur en balans te kijken. Je hebt de kracht van de kopersectie, maar met een heel eigen, militair-getinte klank.
De vorm: Van chaos naar ontlading

Het resultaat is een werk dat heftig opent en daarna overgaat in een lichter, dansend karakter. Alles in Glory of the Guard werkt toe naar één punt: de ontlading waarin het originele motief van de mars eindelijk volledig te horen is. Tijdens het jaarconcert is het werk in première gegaan onder leiding van kapitein Anne van den Berg.
Nu ook beschikbaar voor Brassband
Omdat de originele bezetting van de regimentsfanfare erg specifiek is, heb ik inmiddels ook een volledige versie voor brassband geschreven. Het werk heeft een moeilijkheidsgraad van graad 5 en een compacte, energieke duur van 2 minuten en 45 seconden. Het is een technisch uitdagend openingswerk dat direct de aandacht van het publiek pakt. Ik daag de topdivisie-bands uit om dit werk op de lessenaar te zetten; het vraagt om precisie, flair en een flinke dosis energie.
De kracht van de beperking
Terugkijkend was dit een enorm interessante opdracht om aan te werken. Mijn insteek was om met het minimale materiaal dat was gegeven, zo creatief mogelijk om te gaan. Het laat zien dat je geen eindeloze reeks nieuwe ideeën nodig hebt om iets origineels neer te zetten. Juist de beperking van de mars en de specifieke bezetting dwongen me om scherpe keuzes te maken. Dat proces van ‘hacken’ en omvormen heeft geleid tot een resultaat waar ik met plezier op terugkijk.



